Actueel

Spectaculaire eerste vondst

Bij de proefopgraving op het Domplein zijn zeldzame vroegmiddeleeuwse munten gevonden.

Door: N.D. Kerkhoven (Archeoloog)

Al direct na de verwijdering van het funderingszand onder de huidige bestrating op het Domplein zijn in de stortgrond van de oude opgravingsput van van Giffen twee zeer zeldzame vroegmiddeleeuwse munten aangetroffen. Het betreft hier twee zogenoemde pseudo-tremisses van het Madelinus/Dorestad type. Dit zijn wat latere Friese zilveren nabootsingen of navolgingen van Frankische gouden tremisses die omstreeks 635-650 na Christus zijn geslagen door de muntmeester Madelinus in Dorestad, een grote en belangrijke vroegmiddeleeuwse handelsnederzetting nabij het huidige Wijk bij Duurstede.

Op de originele gouden munten van deze muntmeester Madelinus staan op de voorzijdes rond een mansportret het opschrift DORESTATI FIT (geslagen in Dorestad), op de keerzijdes staat MADELINVS M, de naam van de muntmeester met daarachter de letter M van Monetarius (=muntmeester). Op de twee munten van het Domplein is gepoogd deze opschriften te kopiëren maar is dit niet helemaal goed gelukt: op beide exemplaren wijken enkele letters in de opschriften sterk af van de originele gouden munten van Madelinus of ontbreken sommige zelfs.

Bekend is dat omstreeks 660-770 na Christus er in Noordwest Europa door de Franken en Angelsaksen als gevolg van schaarste geen goud meer word gebruikt als grondstof voor munten en dat zij vanaf deze periode op vrij grote schaal munten in zilver zijn gaan slaan. Vermoed wordt dat ook de Friezen in deze periode hun gouden imitaties van onder andere de Frankische munten van Madelinus in zilver zijn gaan slaan. Tijdens en na de transitieperiode van de aanmunting van goud naar zilver komen bleekgouden tot nagenoeg geheel zilveren varianten voor, er zijn zelfs enkele koperen varianten bekend. Bij beide exemplaren van het Domplein zijn dan ook enige verschillen in kleur waar te nemen. De munten van het Domplein bestaan vermoedelijk voor het grootste gedeelte uit zilver met een toevoeging van goud maar eventueel ook nog met koper. Nader onderzoek naar de juiste samenstelling zal dit nog moeten uitwijzen.

De beide munten kunnen in de periode van ca. 660-700 na Christus worden gedateerd. Veronderstelt wordt dat de Friese nabootsingen zoals de exemplaren van het Domplein in deze periode niet alleen in Dorestad maar waarschijnlijk ook in muntateliers elders in het voormalige Friese Rijk zijn vervaardigd, waar precies blijft vooralsnog de vraag. Munten van dit type worden in Nederland maar sporadisch aangetroffen, meerdere exemplaren bij elkaar is dan ook zeer zeldzaam te noemen.

Voor de stad Utrecht zijn de munten naast hun glimmende pracht als archeologische informatiebron een meer dan welkome aanwinst. Al is er dankzij overgeleverde schriftelijke bronnen het nodige van een vroegmiddeleeuwse nederzetting in Utrecht bekend, sporen en vondstmateriaal uit deze periode zijn in de stad Utrecht vooralsnog zeer schaars te noemen. Zover bekend zijn in het centrum van Utrecht nog niet eerder munten uit de Merovingische periode aangetroffen.

Het feit dat de munten zo ongeveer op de plek zijn aangetroffen waarvan vermoed word dat de Angelsaksische missionaris Willibrord in 695 hier in de ruines van het voormalige Romeinse grensfort een belangrijk kerkelijk centrum stichtte is in ieder geval voor de onderzoekers op het Domplein ronduit spectaculair te noemen.

 

OVER INITIATIEF DOMPLEIN

INITIATIEF DOMPLEIN maakt de rijke, verborgen geschiedenis van 2000 jaar Domplein aanraakbaar en beleefbaar